Techniek en stijl

James Ensor gebruikte zowel de etstechniek als de moeilijkere drogenaaldtechniek. Het zijn allebei diepdrukken waarbij de tekening in de koperen plaat ligt en wordt opgevuld met inkt. Het oppervlak van de plaat wordt vervolgens blank gewreven voor het papier erop wordt gelegd. De inktlijnen op het papier hebben een voelbaar reliëf. De manier waarop de tekening in de plaat komt, is verschillend. Bij een ets wordt de plaat bedekt met etsvernis. De tekening is in het vernis getekend. De plaat wordt dan in een zuurbad gelegd dat alleen de lijnen uitbijt. Bij een drogenaald echter worden de lijnen rechtstreeks met een naald in de metalen plaat gekrast. Hierbij hanteert men een puntig hard voorwerp dat een groef in het metaal achterlaat. Omdat aan beide kanten van de lijn het metaal een beetje omhoog is geduwd, ziet de lijn er fluwelig uit. Het resultaat kan niet worden gecorrigeerd. Hoewel de lijn minder zuiver is, kan ze, zoals James Ensor dat deed, artistiek worden geëxploiteerd. Met de drogenaald kon de kunstenaar immers zijn beweeglijke, gevoelige en subtiele tekenwijze het best tot haar recht laten komen.

Een echte etser zoals Armand Rassenfosse of Félicien Rops was Ensor niet. Zijn interesse ging nauwelijks naar de techniek van het graveren. Wanneer hij experimenteerde, was het resultaat meestal weinig overtuigend. De prent Sterrenhemel boven het kerkhof (1888) is hier een voorbeeld van. Dat James Ensor zich van zijn gebrek aan vaardigheid bewust was, getuigt volgende passage uit een brief aan Valère Gille: „Het beroep van etser beheers ik helemaal niet. Ik teken en graveer netjes maar verder laat ik alles aan het toeval over. Ik ken niet alle kneepjes en handigheden van het inbijten, waardoor ik heel wat platen heb beschadigd en mijn ogen onnodig heb bedorven.‟ Voor de uitvoering van zijn prenten deed James Ensor dan ook beroep op verschillende, professionele plaatdrukkers uit Brussel, aanvankelijk Evely, later afwisselend Charles Vos en vader en zoon Van Campenhout.

Behalve voor de landschappen en de prenten die naar bestaande composities werden gerealiseerd, maakte Ensor vermoedelijk voor de meeste van zijn gravures een voorbereidende tekening, soms heel schetsmatig, andere meer afgewerkt. Het formaat was doorgaans klein. Qua stijl getuigen de etsen van een opmerkelijke verscheidenheid: prenten met een brute, nonchalante lijnvoering wisselen elkaar af met platen die een zorgvuldig uitgewerkte tekening vertonen. Bepaalde etsen zijn beïnvloed door de clair- obscurtechniek van Rembrandt, andere zijn zuiver impressionistisch of zelfs pre-expressionistisch van aard.

Mobiele navigatie