Landschappen

De prenten van James Ensor sluiten qua behandelde thema‟s en stilistische verscheidenheid goed aan bij zijn tekeningen. Een uitzondering hierop zijn de landschappen. Ensor maakte immers weinig of geen tekeningen naar de natuur. Tussen 1886 en 1890 ontstonden er 54 geëtste landschappen op een totaal van 133 prenten. De kunstenaar etste enkele gezichten op het bos van Oostende en een reeks polderlandschappen met dorpen, alleenstaande huizen of molens in Mariakerke, Leffinge, Slijkens of Oudenburg. Het zijn ongecompliceerde, fragmentarische natuurstudies, subtiel en beheerst, waarin Ensor zich concentreerde op de observatie. De schriftuur is spaarzaam, waardoor de prenten een grote suggestieve kracht krijgen. Als etser naar de natuur was Ensor voornamelijk geboeid door de weergave van het licht in de bossen en in de open poldervlakte. Naar het voorbeeld van de landschapsperceptie van de Britse kunstenaar William Turner, etste Ensor met kleine, nerveuze trekken, die trillen van spanning.

Groot gezicht op Mariakerke - 1887
De molen van Mariakerke - 1889
De brug van het bos in Oostende - 1889
Groot gezicht op Mariakerke - 1887 Groot gezicht op Mariakerke
1887
zinkets op papier (2de staat)
De molen van Mariakerke - 1889 De molen van Mariakerke
1889
koperets op papier (4de staat)
De brug van het bos in Oostende - 1889 De brug van het bos in Oostende
1889
koperets op papier (2de staat)

Mobiele navigatie