Biografie

Het gezin

De daken van Oostende (KMSKA 2706) - © SABAM Belgium 2010James Sidney Ensor (Oostende, 13 april 1860 – 19 november 1949) was de zoon van een Engelse vader (James Frederic) en een Belgische moeder (Maria Catharina Haegheman). Met het oog op het verkrijgen van de titel van baron dient Ensor pas in 1929 een verzoek tot naturalisatie in; tot dan had hij de nationaliteit van zijn vader. De familie baat een souvenir- en curiositeitenwinkel uit in Oostende en verhuurt kamers aan zomergasten. De jonge Ensor gaat naar school in het Onze-Lieve-Vrouwecollege in Oostende.

1876-80: opleiding

Portretfoto James Ensor - © SABAM Belgium 2010
Portretfoto James Ensor - © SABAM Belgium 2010

In 1876 gaat Ensor tekenlessen volgen aan de plaatselijke tekenschool. Tijdens de lente- en zomermaanden schildert hij op roze karton tientallen kleine natuurstudies. Van 1877 tot 1880 studeert hij aan de academie te Brussel. Hij krijgt er onder andere les van de directeur Jean Portaels. Fernand Khnopff, Theo Van Rysselberghe, Willy Finch en andere toekomstige leden van de tentoonstellingsverenigingen L‟Essor en Les Vingt behoren tot zijn medestudenten. In Brussel ontmoet hij de dichter en kunstcriticus Théo Hannon die hem introduceert in de vrijzinnige kringen van Ernest Rousseau, professor aan de Université Libre de Bruxelles, en diens jongere echtgenote, de natuurkundige Mariette Rousseau-Hannon. De woning van het echtpaar Rousseau is een ontmoetingsplaats voor de artistieke, literaire en wetenschappelijke elite van die tijd. De contacten die Ensor er had – hij ontmoet er wellicht onder meer Félicien Rops en Eugène Demolder –, stimuleerden zijn artistieke en intellectuele vorming. Omstreeks 1886-1889 zal Ensor een aantal van zijn academische werkstukken herwerken tot groteske voorstellingen.

Willy Finch in het atelier (msk gent 1986-AH) Portretfoto James Ensor - © SABAM Belgium 2010
Willy Finch in het atelier (msk gent 1986-AH) Portretfoto James Ensor - © SABAM Belgium 2010
Théo Hannon (kmska 1854) - © SABAM Belgium 2010
Théo Hannon (kmska 1854) - © SABAM Belgium 2010

1880-84: debuut

In 1880 installeert Ensor een atelier op de zolder van de ouderlijke woning in Oostende waar hij af en toe ook in het gezelschap van Willy Finch zal werken. Hoewel hij tot zijn dood in Oostende blijft wonen, zal hij geregeld in Brussel verblijven en actief deelnemen aan het artistieke leven in de hoofdstad. Met uitzondering van een enkele uitstap naar Londen, Nederland en Parijs reist Ensor nauwelijks. In 1881 debuteert hij bij de vooruitstrevende Brusselse kunstkring La Chrysalide. Vrij snel wordt hij door vriend en vijand erkend als één van de toonaangevende kunstenaars. De marines, stillevens, naturalistische figuurstukken en taferelen uit het leven van de jonge, moderne burgervrouw, zoals de befaamde Oestereetster uit 1882 behoren ongetwijfeld tot de topstukken van het Europese realisme en pleinairisme. In 1883 zal Ensor samen met een aantal oud-leerlingen van de Brusselse academie afscheid nemen van de kunstenaarsvereniging L‟Essor. Ze richten de kunstenaarsvereniging Les Vingt op. Deze zal een belangrijke rol spelen in de verspreiding van diverse internationale avant-gardistische bewegingen.

De oestereetster (kmska 2073) - © SABAM Belgium 2010
De oestereetster (kmska 2073) - © SABAM Belgium 2010
Namiddag in Oostende (kmska 1852) - © SABAM Belgium 2010
Namiddag in Oostende (kmska 1852) - © SABAM Belgium 2010

De witte wolk (kmska 2175) - © SABAM Belgium 2010
De witte wolk (kmska 2175) - © SABAM Belgium 2010

1885-90: experiment

Tussen 1885 en 1888 gaat Ensors aandacht hoofdzakelijk naar de tekening en de ets. Onder invloed van onder meer Rembrandt, Redon, Goya, Japanse houtsneden, Bruegeliaanse voorbeelden en eigentijdse spotprenten ontwikkelt Ensor een hoogst persoonlijke iconografie en vormgeving. Hij verwerpt het Franse impressionisme en het symbolisme en legt zich toe op de expressieve kwaliteiten van het licht, de lijn, de kleur en op groteske en macabere motieven zoals carnavalsmaskers en skeletten die hij verwerkt in massataferelen zoals in de reeks De aureolen van Christus of de gevoeligheden van het licht (1885-1886). Deze groteske metamorfoses culmineren in Ensors meest bekende en monumentale maskertafereel: De intrede van Christus in Brussel in 1889 (1888-1889, olieverf op doek, Los Angeles, J. Paul Getty Museum).

De intrede van Christus in Brussel (msk gent 1998-B-114-1) - © SABAM Belgium 2010
De intrede van Christus in Brussel (msk gent 1998-B-114-1) - © SABAM Belgium 2010
Ensor aan zijn pianola voor de Blijde intrede van Christus in Brussel - © SABAM Belgium 2010
Ensor aan zijn pianola voor de Blijde intrede van Christus in Brussel - © SABAM Belgium 2010

De vrouwen in Ensors leven

Omstreeks 1888 zou Ensor Augusta Bogaerts ontmoeten met wie hij een levenslange relatie onderhoudt zonder evenwel ooit met haar samen te wonen. Na de dood van zijn vader in 1887 wordt Ensor vaak in beslag genomen door de zorg voor zijn moeder, zijn inwonende tante Mimi, zijn uit de echt gescheiden zus Mariette (of Mitche) en haar dochter Alexandrine, en het uitbaten van de winkel, hun belangrijkste bron van inkomsten.

Eerste successen

In 1893 verzet Ensor zich vruchteloos tegen de opheffing van de kunstkring Les Vingt. Octave Maus, secretaris van Les Vingt, sticht de tentoonstellingsvereniging La Libre Esthétique. Ensor wordt geregeld door La Libre Esthétique uitgenodigd. Het Prentenkabinet van de Koninklijke Bibliotheek in Brussel koopt in 1893 een groot aantal etsen, een jaar later gevolgd door het Kupferstichkabinett in Dresden en in 1899 door de Albertina van Wenen. Het gerucht dat Ensor in 1893 vruchteloos de volledige inhoud van zijn atelier voor de som van 8500 Belgische frank (BEF) te koop zou hebben aangeboden, is nooit gedocumenteerd en lijkt in het licht van zijn groeiend commercieel succes onwaarschijnlijk. In 1895 solliciteert Ensor met succes bij de Minister van Binnenlandse Zaken naar de aankoop van De lampenist (1880, olieverf op doek) voor het Museum van de Staat (de huidige Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België te Brussel). Ensor vraagt er 2500 BEF voor. In 1897 vraagt hij opnieuw met succes aan het stadsbestuur van Oostende om een schilderij voor het Stedelijk Museum te kopen. Oostende betaalt 2000 BEF voor Zieke schooier die zich wil warmen (1882, olieverf op doek, vernield in 1940). Ensor gaat ook actiever deelnemen aan het plaatselijke artistieke leven in Oostende en wordt voorzitter van de door hem opgerichte Cercle des Beaux-Arts.

De artistieke vernieuwingen van Ensor worden omstreeks 1900 opgemerkt door Duitse kunstenaars en critici. Alfred Kubin, Paul Klee, Emil Nolde, Ernst Ludwig Kirchner, Georg Grosz, Herbert von Garvens-Garvensburg of Wilhelm Fraenger begrijpen dat „le peintre des masques‟ op radicale wijze breekt met de klassieke West-Europese artistieke waarden en tradities.

Ook in België wordt hij nu erkend als een van de pioniers van de moderne kunst. François Franck en de liefhebbers die lid zijn van de Antwerpse tentoonstellingsvereniging Kunst van Heden (L‟Art contemporain) zullen met succes in binnen- en buitenland het werk van Ensor promoten.

De intrige (KMSKA 1856) - © SABAM Belgium 2010
De intrige (KMSKA 1856) - © SABAM Belgium 2010
Verbazing van het Masker Wouse (kmska 2042) - © SABAM Belgium 2010
Verbazing van het Masker Wouse (kmska 2042) - © SABAM Belgium 2010

Een gevierd tafelredenaar

Vanaf 1896 gaat Ensor zich steeds meer als schrijver manifesteren. Franz Hellens die in 1974 bij een van de edities van de Ecrits het woord vooraf schrijft, spreekt over „allerdolste woorden‟ en wijst erop dat dit „de echte Ensor is […] de degentrekkende en liefkozende Ensor, bijtend en onrechtvaardig, naïef en cynisch. Het grootste enfant terrible dat de schilderkunst ooit heeft gekend, een kind in alle oprechtheid en in alle schrikwekkende connotaties van het woord‟. Ensor publiceert vooral over kunst in de tijdschriften Le Coq Rouge en La Ligue artistique. Naderhand wordt hij ook meer en meer gevraagd als gelegenheidsspreker en hij maakt van deze opportuniteit graag gebruik om de verkaveling van de duinen, de moderne architectuur en de vivisectie aan de kaak te stellen.

De musicus

In tal van toespraken noemt Ensor zichzelf een voorloper van het luminisme, het fauvisme, het kubisme, het expressionisme, het futurisme en het surrealisme. Ensor hecht eveneens bijzonder veel belang aan zijn muzikale prestaties. In 1911 schrijft hij het libretto en componeert hij de muziek voor een ballet getiteld La Gamme d’amour. Voor deze pantomime ontwerpt hij eveneens het decor en de kostuums. In 1924 werd dit ballet opgevoerd in de opera van Antwerpen. Ensor verhuist in 1917 naar het huis in de Vlaanderenstraat dat hij van zijn oom had geërfd. In dit huis is vandaag het James Ensormuseum gevestigd.

Muziek in de Vlaanderenstraat (kmska 2330) - © SABAM Belgium 2010
Muziek in de Vlaanderenstraat (kmska 2330) - © SABAM Belgium 2010

Unieke opname van Ensor

In 2003 werd in de radioarchieven van de VRT een unieke klankopname ontdekt. Daarop wordt Ensor, naast andere bekende West-Vlamingen, geïnterviewd in 1936 naar aanleiding van de 'Dag van de Zee'. Ensor spreekt in het interview vlekkeloos Oostends. Oostende was meer dan zijn woonplaats, het was zijn muze. Hij noemde haar „Ostende, lief blommetje van kleur, 'emel van de zè‟.

Beluister dit fragment op de Cobra website.

Herwig Todts, toevoegingen van Cathérine Verleysen en Robert Hoozee