James Ensor als Musicus

Blanche Rousseau, Maurice des Ombiaux, Paul Haesaerts, Karel Jonckheere, Emma Lambotte en anderen hebben beschreven hoe Ensor een gezelschap kon vermaken door op een koddige wijze door een van zijn neusgaten op een "fluitje van een cent" te spelen, en door imponerende, hilarische en angstaanjagende improvisaties weg te geven op de piano.

Ensor musiceert al van in de jaren 1880. De oudste compositie die van hem bewaard is, de wals Enlacements, dateert van 1905. Pietro Lanciani, die in Oostende concerten met Ensors geliefde dans- en amusementsmuziek dirigeert, bewerkt enkele stukken van Ensor voor symfonisch orkest en geeft hiervan al vóór de Eerste Wereldoorlog enkele uitvoeringen.

In 1906 schenken de verzamelaars Albin en Emma Lambotte een harmonium aan de kunstenaar. Ensor componeert diverse muziekstukjes die hij samenvoegt tot een zesdelig werk voor ballet, dat hij in 1911 voltooit. La Gamme d'Amour bestaat uit de volgende delen: (1) Flirt des marionettes (1907), (2) Lento en Andante of Complainte et Berceuse, (3) Gamme d'amour (valse), (4) Marche funèbre, (5) Enlacements(1905), (6) Pour une orgue de Barbarie (1911).

In die jaren treedt Ensor af en toe ook op tijdens concerten als uitvoerder van zijn eigen pianostukken. Hij is niet in staat om zijn eigen composities te noteren - hij speelt ze uit het geheugen -, en hij bespeelt op onorthodoxe wijze, met gestrekte vingers, hoofdzakelijk de zwarte toetsen van het klavier. Zijn muziek wordt door andere musici zoals Michel Brusselmans en Georges Vriamont genoteerd en bewerkt voor symfonisch orkest.

Ensor neemt zijn muzikale werk zeer ernstig. Vruchteloos onderneemt hij enkele pogingen om het ballet La Gamme d'amour in het Théâtre des Champs Elysées of door La compagnie des Ballets russes, beide in Parijs, te laten uitvoeren. Hij klaagt over de orkestratie van zijn compositie door Brusselmans die het vooruitstrevende karakter zou afzwakken. Ensor vertelt herhaaldelijk dat sommige muziekkenners zijn muzikale inventiviteit weleens vergelijken met die van Claude Debussy (1862-1918). De vooraanstaande Belgische orgelvirtuoos, professor aan de conservatoria van Antwerpen, Brussel en Mechelen en internationaal gewaardeerde componist, Auguste De Boeck kan overigens wel een milde waardering opbrengen voor wat hij de pretentieloze danswijsjes van Ensor noemt.

La Gamme d'amour wordt voor het eerst door een groep leerlingen van de Oostendse muziekacademie gespeeld in 1917 en wordt vervolgens gedirigeerd door Léon Delcroix in de tentoonstellingszaal in Brussel waar George Giroux in 1920 een retrospectieve van Ensors plastische werk organiseert. François Franck financiert de eerste integrale uitvoering van het ballet waarvoor Ensor immers ook een scenario, kostuums en decors heeft ontworpen. In een choreografie van Sonia Korty en onder leiding van Flor Bosmans gaat Poppenliefde op 27 maart 1924 in de Koninklijke Vlaamse Opera in Antwerpen in première. In 1927 dirigeert François Gaillard enkele uitvoeringen in het Théâtre Royal in Luik. Er bestaan eveneens gezongen varianten en versies voor fanfare, beiaard en harp.

Naar aanleiding van de grote retrospectieve in 1929 in het Brusselse Paleis voor Schone Kunsten /Palais des Beaux-Arts zorgt Georges Vriamont voor de uitgave van een album met het scenario, de partituur voor piano en lithografieën met de belangrijkste personages uit het ballet. Verder zijn nog een tweetal composities uit de jaren 1920 bekend.

Herwig Todts