Ensor in Japan

Voor de tentoonstelling Ensor in context reizen tot 17 maart 2013 73 schilderijen en 59 tekeningen en prenten uit de Ensorcollectie van het KMSKA rond in Japan. Wat maakt die tentoonstellingen bijzonder en hoe verschilt de Japanse museumcultuur van de onze?

Japan heeft de moderne museumcultuur, die in Europa ook slechts 250 jaar oud is, vrij vroeg en stevig omarmd. Zo werd het Tokyo Kokuritsu Hakubutsukan (Nationaal Museum) in 1872 gesticht nadat een Japanse delegatie tijdens een bezoek aan de Verenigde Staten 14 jaar eerder kennis had gemaakt met gelijkaardige instituten. Vandaag is het Japanse museumpubliek het grootste en gretigste ter wereld. De Japanse museumbezoeker lijkt onvermoeibaar. Volgens Toshiharu Suzuki, conservator in het Toyota Art Museum, is ongebreidelde visuele honger al eeuwenlang een belangrijk facet van de Japanse cultuur. "In Japan, we have a long and strong tradition of love-for-figures that continues until today in animation and manga (and porn movies, I guess)."

Ensor alweer in Japan

In 1972 reisde een ensemble schilderijen, etsen en tekeningen van James Ensor een eerste keer langs Japanse musea in Kamakura, Nagoya, Fukuoka en Kyoto. Van 1983 tot 1985 kwamen andere Japanse steden aan de beurt. Het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen organiseerde in 2005 een Ensortentoonstelling waarin speciaal aandacht werd besteed aan Ensors belangstelling voor de kunst van het Verre Oosten onder de titel: Japonism to modernism. Op 14 april 2012 werd in het Toyota Art Museum opnieuw een Ensortentoonstelling geopend, die vervolgens naar Ehime, Tokyo en Iwate reisde om op 17 maart 2013 in Okayama te eindigen. In de tentoonstelling Ensor in context. Ensor and the history of European Art from the Collection of the Royal Museum of Fine Arts Antwerp kan de museumbezoeker aan de hand van Ensors zeer gevarieerde oeuvre de geschiedenis van de Vlaamse en Europese kunst van de 15e tot de 20e eeuw verkennen. In Toyota was Ensor opnieuw te gast in een gebouw van architect Yoshio Taniguchi. Die laatste stond in voor de renovatie van het MoMA (The Museum of Modern Art) in New York, waar in 2010 ook een grote Ensortentoonstelling liep.

Ensor in Japanse collecties

Ensor staat kennelijk op het verlanglijstje van Japanse conservators. Verzamelaar Tokishi Sakai schonk in 1992 een Stilleven aan het Museum voor Moderne kunst van Nagaoka. Het Stadsmuseum van Himeji specialiseert zich in moderne Belgische kunst en heeft behalve Ensor (een Stilleven met fruit, bloemen en ontklede lichten [lumières effeuillées]) o.a. ook schilderijen en prenten van Léon Frederic, Fernand Khnopff en Xavier Mellery. Twee andere musea, in de provincie Aichi, zijn erin geslaagd topstukken van Ensor op de kop te tikken: Het portret van de schilder omgeven (of omsingeld) door maskers van 1899, werd in 1991 aangekocht door het Menard Art Museum in Komaki (het museum bezit ook het mooie Zelfportret van de kunstenaar aan zijn harmonium van 1932). Het Toyota Art Museum kocht in 1993 Ensors eerste Liefdestuin (1888). Beide schilderijen werden kort voor of na WOI door Ensor verkocht aan zijn vriendin Emma Lambotte-Protin die met haar echtgenoot, dokter Albin Lambotte van Luik naar Antwerpen was verhuisd. Ernstige financiële problemen dwongen hen op hun beurt tot de verkoop van het grootste deel van hun verzameling Ensorschilderijen. Het Koninklijk Museum kreeg in 1927 de kans om voor 1 miljoen Belgische frank (+/- 25000 euro) De oestereetster (1882), Adam en Eva (1887) en enkele andere stukken aan te kopen. Gebrek aan middelen dwong het museum zich te beperken tot 6 werken. Vervolgens kocht de Antwerpse liefhebber Cléomir Jussiant o.a. Het portret van de schilder ingesloten door maskers, de Liefdestuin en Kinderen maken hun ochtendtoilet (1886, inmiddels door de Vlaamse Overheid voor het Museum voor Schone Kunsten van Gent gekocht) uit het bezit van Lambotte. Die werken zijn eveneens naar Japan gereisd. Als schilderijen elkaar konden missen, moet het in Toyota een aangenaam weerzien zijn geweest voor De Oestereetster en het fameuze zelfportret omgeven door maskers.

Wie Haruki Murakami's driedelige 1q84 gelezen heeft, weet dat de literatuurkritiek in Japan een bloeiend genre is. Kunstkritiek zoals we die in Europa en de Verenigde Staten kennen, wordt er evenwel helemaal niet beoefend. Conservator Toshiharu Suzuki van het Toyota Art Museum vertelde me dat kranten en magazines niets anders doen dan een tentoonstelling aankondigen maar verder geen recensies publiceren waarin een kenner tentoonstellingen kritisch tegen het licht houdt. Japanse museumconservators leiden uit de reacties van individuele bezoekers, tweets, e-mails, opmerkingen in het gastenboek of tegen de zaalwachters af of een tentoonstelling naar waarde wordt geschat.

De museumervaringen van Toshiharu Suzuki

Toshiharu Suzuki is een jonge conservator en ik heb hem een tijdje met e-mails boordevol vragen belaagd. Toshi is specialist in de Europese kunstgeschiedenis. Hoewel Toyota niets meer is dan de woonplaats van het personeel van de gelijknamige autofabriek, beschikt zijn museum met werk van o.a. Ensor, Schiele, Brancusi, Foujita, Bacon of Boltanski, over een hele mooie verzameling moderne kunst. Als tiener hield Toshi van Oasis en The Beatles, van Hollywoodproducties, Jean-Luc Goddard en Westerse mode. Toen hij ook belangstelling kreeg voor hedendaagse Japanse kunst vond hij die aanvankelijk een zwakke kopie van Westerse voorbeelden. Aan de universiteit van Tokyo schreef Toshi zijn eerste kunsthistorische werkstuk over Gerhard Richter. Geleidelijk aan raakte hij geboeid door de relatie tussen kunst en samenleving en zo ontdekte hij tijdens een vakantie met zijn ouders in Parijs de laat 19e-eeuwse monumentale symbolistische schilderkunst van Pierre Puvis de Chavannes, auteur van de bekende, zeer religieus getinte Arme visser (1881). Omdat de eeuwenoude reserves van veel Japanners tegenover het Christendom genoegzaam bekend zijn, vroeg ik Toshi naar zijn eigen opvattingen ter zake. Als kind bezocht hij samen met zijn ouders herhaaldelijk de boeddhistische tempels op de top van de heilige berg Koyasan. Dat deden ze omdat ze hoopten dat herhaald bezoek aan Koyasan zou kunnen bijdragen tot de genezing van de oogkwaal waaraan de kleine Toshi leed. Toshi gelooft nog steeds dat een bezoek aan een heilige plek helend kan werken maar hij beschouwt zichzelf helemaal niet als een gelovig boeddhist. Hij loopt zoals vele Japanners vaak even langs een Shintoschrijn maar is geen overtuigd Shintoïst. Toshi vertelde me dat de Japanse museumbezoeker net zoals wij de artistieke kwaliteiten en het culturele belang van christelijke of boeddhistische beelden waardeert. " We naturally accept the existence and power of figures and images, so that we don't hesitate much to worship images in a museum. Even when we are strongly and spiritually moved, it is not usual for us, either, to put our hands together in front of a sculpture or an image in a museum, I guess. (...) I rather wonder whether western art lovers don't feel any holiness in front of, for example, a painting of Fra Angelico or Jan van Eyck."

Veel Japanse kunstliefhebbers zijn ongetwijfeld zoals Toshi Suzuki: nieuwsgierig, open, ontvankelijk en tegelijkertijd eigenzinnig en ongrijpbaar. Het wordt, geloof ik, tijd om de volgende Ensortentoonstelling samen met intrigerende conservators als Toshi Suzuki, voor te bereiden.

Auteur: 
Herwig Todts